In leuke auto’s blijven rijden!

Er was een tijd dat je als liefhebber slim kon rijden. Je kocht een auto van een jaar of vijftien oud, zette ’m op de zaak en reed voor relatief weinig geld iets wat eigenlijk veel leuker was dan de standaard leasebak. Een fijne V6, een rouwe vijfcilinder, een beetje karakter — en de fiscus keek vriendelijk mee.

Die tijd schuift nu langzaam op.

De regels rond de youngtimerregeling worden namelijk aangepast. In 2026 is het nog redelijk overzichtelijk: een auto moet minimaal 16 jaar oud zijn en de bekende bijtelling van 35% over de dagwaarde blijft bestaan. Met een overgangsregeling blijven veel huidige auto’s nog gewoon binnen de boot.
Maar de echte verandering komt daarna. Vanaf 2027 gaat de grens in één keer naar 25 jaar. Alles daaronder valt dan simpelweg buiten de regeling en krijgt weer de standaard bijtelling over de cataloguswaarde.

En dat is even slikken.

Want precies die categorie — auto’s van pakweg 15 tot 20 jaar oud — dát was juist de sweet spot. Betaalbaar, modern genoeg om dagelijks te rijden, maar nog vol karakter. Denk aan de periode waarin fabrikanten nog nét niet alles dichtregelden met elektronica, maar wel mooie motoren bouwden.

Toch is het niet alleen maar slecht nieuws.

De liefhebber verdwijnt namelijk niet met een fiscale regeling. Je moet alleen net even anders kijken. In plaats van “slim rijden via de zaak”, wordt het weer wat meer “bewust rijden omdat je het leuk vindt”. En eerlijk is eerlijk: dat was het punt toch al.

Er zijn grofweg drie manieren om het een beetje leuk te houden:

  • Gewoon privé rijden: veel van deze auto’s zijn inmiddels zo betaalbaar dat het verschil met zakelijk rijden kleiner wordt

  • Net wat ouder gaan zoeken: richting 20+ of straks 25 jaar zit je weer veilig binnen de regeling

  • Of accepteren dat het iets duurder wordt — maar wel in iets rijden waar je elke ochtend even naar omkijkt

Want die auto’s zijn er nog steeds. Sterker nog: ze worden interessanter, juist omdat ze uit die “grijze massa” verdwijnen.

Wat valt nu (nog) binnen de regeling?

Denk aan auto’s van grofweg bouwjaar ±2009–2011 (afhankelijk van exacte datum en overgangsregels). Bijvoorbeeld:

  • BMW 5-serie (E60 / vroege F10)

  • Audi A6 (C6) / A4 (B8)

  • Mercedes-Benz E-klasse (W211 / vroege W212)

  • Volvo V70 / S80 (late P2 / vroege P3)

  • Saab 9-3 / 9-5

  • Jaguar XF (eerste generatie)

Auto’s die een paar jaar geleden nog “gewoon gebruikt” waren, maar nu langzaam richting liefhebbershoek schuiven.

En misschien is dat wel de kern van het verhaal.
De regeling verandert, wordt minder gunstig, en ja — dat haalt een stukje van de rekensom weg. Maar wat overblijft is eigenlijk precies waarom deze auto’s ooit interessant waren: ze rijden goed, ze hebben karakter en ze zijn net even anders.

Saab 93 cabrio Imola Red Carstory
MG ZT 190 Carstory
Alpina BMW e46 B3 3.3 Carstory